Meerdere routes leiden naar langer leven bij wormen
Er is niet één manier om langer te leven. Nieuw genetisch onderzoek bij kleine wormpjes laat zien dat er minstens drie verschillende strategieën bestaan, en dat sommige elkaars tegenpolen zijn.
De rondworm Caenorhabditis elegans is een geliefd model in verouderingsonderzoek. Ze leven maar een paar weken, je kunt hun genen makkelijk aanpassen en ze zijn volledig in kaart gebracht. De studie, gepubliceerd in eLife, analyseerde negen verschillende langlevende wormvarianten die elk via een ander biologisch pad lang leven bereiken. De uitkomst was verrassend: twee van die paden werken via tegengestelde genactivatiepatronen.
Drie groepen, tegengestelde signalen
De onderzoekers voerden RNA-sequencing uit op alle negen varianten en vergeleken welke genen op- of neergereguleerd waren. Bij de meeste paren was er een significante overlap in genexpressie. Maar over de volledige groep heen onderscheidden zich drie duidelijke clusters. Twee clusters vertoonden tegengestelde patronen voor dezelfde genetische routes. Dat betekent dat hetzelfde biologische pad bij de ene groep actiever is en bij de andere juist minder actief, terwijl beide groepen langer leven dan normale wormen.
De biologische paden die werden onderzocht zijn onder meer insuline/IGF-1-signalering (een route die samenhangt met suikerstofwisseling en veroudering), dieetbeperking, mitochondriale stress en verminderde eiwitsynthese. Genen die in minstens zes van de negen varianten gelijk gereguleerd waren, werden afzonderlijk getest. Een deel ervan bleek individueel het leven te verlengen wanneer ze werden opgereguleerd.
Wat dit betekent voor menselijk verouderingsonderzoek
De bevinding dat er meerdere strategieën bestaan om langer te leven, en dat sommige tegenstrijdig lijken, heeft gevolgen voor hoe we veroudering begrijpen. Ze suggereert dat er geen universeel ‘anti-verouderingsgen’ bestaat, maar meerdere alternatieve routes. Dat maakt het complexer, maar ook rijker: de 196 genen die breed gedeeld worden bieden potentiële nieuwe aangrijpingspunten voor therapieën bij neurodegeneratieve ziekten.
Het gaat hier om dieronderzoek bij een zeer eenvoudig organisme. De vertaalslag naar de menselijke biologie is groot en vereist veel vervolgonderzoek. De bevindingen bieden wel een concrete lijst van kandidaatgenen voor nader onderzoek.
Wil je zelf meer onderzoek doen?
Zoek bijvoorbeeld op:
- insuline IGF-1 signalering levensduur | genexpressie longevity paden | C. elegans verouderingsgenen RNA-sequencing