Hersencellen bouwen weerstand op tegen Alzheimer
Niet iedereen met plaques in het brein krijgt dementie. Sommige mensen bereiken de honderd jaar met Alzheimer-kenmerken, maar zonder geheugenverlies. Onderzoekers ontdekten nu welke hersencellen daarvoor verantwoordelijk zijn.
De ziekte van Alzheimer verloopt niet bij iedereen hetzelfde. Sommige tachtigjarigen leven zonder dementie ondanks ophopingen van het eiwit amyloïd-bèta in hun hersenen. Honderdjarigen vertonen soms dezelfde amyloïd-ophopingen, maar koppelen die niet aan geheugenverlies. Wat beschermt hen?
Een internationaal team onderzocht hersenweefsel van tachtigjarigen met en zonder dementie, en van cognitief intacte honderdjarigen. Ze gebruikten twee moderne technieken: ruimtelijke transcriptomics (waarbij genactiviteit wordt gemeten op exacte plekken in weefsel) en enkelkern-RNA-sequentiëring (waarbij de genetische activiteit van afzonderlijke cellen wordt gelezen). De resultaten verschenen in het tijdschrift Nature Medicine.
Microglia in twee standen
Centraal in de studie staan microglia. Dat zijn de immuuncellen van het brein. Ze ruimen afval op, reageren op infecties en houden zenuwcellen gezond. De onderzoekers identificeerden zes ruimtelijke patronen in het hersenweefsel, die een soort tijdlijn van Alzheimer-progressie laten zien. Op een bepaald punt in die tijdlijn veranderen de microglia van gedrag: van een ontstekingsreactie naar een antigen-presenterende toestand, waarbij ze het immuunsysteem inlichten over wat er misgaat.
Bij tachtigjarigen zonder dementie ontbrak die tweede microglia-toestand. Bij honderdjarigen was die toestand wel actief, maar losgekoppeld van de ophoping van tau (een tweede schadelijk eiwit dat normaal volgt op amyloïd). Die ontkoppeling lijkt een sleutelfactor voor veerkracht op hoge leeftijd.
Twee soorten bescherming, één mechanisme
Wat opvalt: de twee groepen veerkrachtige mensen beschermen zich op een andere manier. Dat suggereert dat er meerdere wegen zijn naar cognitieve weerbaarheid, niet één universele. De onderzoekers noemen de overgang tussen microglia-toestanden een mogelijk aangrijpingspunt voor therapie. Of dat ook in de praktijk werkt, moet verder onderzoek uitwijzen.