Parkinson aangepakt via het opruimen van eiwitten
Bij de ziekte van Parkinson stapelt één schadelijk eiwit zich op in hersencellen. Onderzoekers ontdekten nu een mechanisme dat dit eiwit kan opruimen. De bevinding opent een nieuwe weg voor behandeling.
De ziekte van Parkinson wordt gekenmerkt door klompjes van een eiwit dat alfa-synucleïne heet. Die klompjes hopen zich op in zenuwcellen en beschadigen ze uiteindelijk. Wat die ophoping drijft, is al jaren onderwerp van onderzoek.
De onderzoekers legden uit hoe een eiwit dat in zowel gist als mensen voorkomt, helpt bij het afbreken van alfa-synucleïne. Dit proces valt onder wat biologen proteostase noemen: het vermogen van een cel om eiwitten correct aan te maken, te vouwen en ook weer op te ruimen. Bij veroudering raakt die balans verstoord. Misgevouwen eiwitten stapelen zich op en de opruimmechanismen worden minder effectief.
Gedeeld mechanisme tussen gist en mens
Het feit dat het beschreven eiwit ook in gist voorkomt, wijst op een evolutionair oud mechanisme. Dat is relevant: processen die over zulke grote evolutionaire afstanden bewaard zijn gebleven, zijn doorgaans essentieel voor celfunctie. Het suggereert dat dit opruimmechanisme fundamenteel is, en mogelijk bij meerdere ziekten een rol speelt waarbij eiwitten verkeerd vouwen.
Van laboratorium naar behandeling
De studie beschrijft het mechanisme op moleculair niveau. Of dit direct leidt tot een medicijn, is nog niet bekend. Klinische toepassingen vereisen verdere validatie. Voor een longevity-bril is de bredere context interessant: verlies van proteostase geldt als een van de basismechanismen van veroudering. Inzicht in hoe cellen eiwitten opruimen, kan bijdragen aan behandelingen voor meerdere ouderdomsgerelateerde aandoeningen.
De studie verscheen op Lifespan.io, een platform voor onderzoeksjournalistiek over veroudering. Het onderliggende onderzoek is peer-reviewed gepubliceerd, al is het exacte tijdschrift niet vermeld in de bronentekst.