Armoede laat sporen na in het kinderbrein
Wat een kind meemaakt in zijn eerste levensjaren vormt zijn hersenen. Maar welke factor heeft de grootste invloed? Dat blijkt armoede te zijn, niet IQ, opvoedstijl of gezondheidsgeschiedenis.
Onderzoekers aan de Washington University School of Medicine analyseerden hersenscans van bijna 12.000 kinderen tussen negen en tien jaar. Ze vergeleken tientallen omgevingsfactoren. De uitkomst was opvallend: de sociaaleconomische status van het gezin was de sterkste voorspeller van hersenstructuur en -functie. Dat meldde de studie, gepubliceerd in Science.
Energie voor de hersenen
In de eerste vijf levensjaren gaat meer dan de helft van alle calorieën die een kind binnenkrijgt naar de hersenen. De hersenen zijn dan volop bezig met het aanleggen van verbindingen: voor geheugen, taal, beweging en waarneming. Dit is een periode van grote gevoeligheid voor de omgeving.
Stress door geldgebrek, beperkte toegang tot voeding en minder taalaanbod thuis zijn factoren die in die fase aangrijpen op de hersenontwikkeling. De onderzoekers suggereren dat de breedte en de duur van die invloed verklaart waarom het effect zo consistent zichtbaar is in de scans.
Breder patroon in hersens
Het gaat niet om één specifiek hersengebied. De verschillen waren verspreid over meerdere structuren die betrokken zijn bij cognitie en emotieregulatie. Dat brede patroon maakt het voor een longevity-bril interessant: vroege omgevingsinvloeden lijken de architectuur van de hersenen op een manier te vormen die mogelijk doorwerkt tot ver in het leven. Of dat ook lang na de kindertijd meetbare gevolgen heeft, onderzoekt de wetenschap nog.
De bevinding sluit aan bij eerder werk over ongelijkheid en gezondheid, maar de omvang van dit cohort, bijna 12.000 kinderen, geeft de uitkomst een sterkere onderbouwing dan de meeste eerdere studies.
Dat inkomen en hersenstructuur samenhangen is op zichzelf niet nieuw. Dat het effect zo dominant is ten opzichte van andere factoren, verbaasde ook de betrokken wetenschappers. Vervolgonderzoek moet uitwijzen of en hoe ingrijpen in vroege leefomstandigheden hersenmeting op latere leeftijd kan beïnvloeden.