Populair middel tegen veroudering blijkt hersenschade te veroorzaken bij muizen
Miljoenen mensen experimenteren al met het supplement dat veroudering zou tegengaan. Nu laat een nieuwe studie zien dat dezelfde combinatie hersenschade veroorzaakt die lijkt op multiple sclerose.
Het koppel dasatinib en quercetine — vaak afgekort als D+Q — gold jarenlang als een van de meest veelbelovende senolytica: middelen die verouderde, niet-functionerende cellen uit het lichaam opruimen. Quercetine is zelfs gewoon verkrijgbaar als voedingssupplement, en dasatinib is een kankermedicijn dat door sommige longevity-enthousiasten off-label wordt gebruikt. De combinatie leek veelbelovend op basis van vroege dierstudies en kleine menselijke proeven. Maar een nieuwe studie gooit roet in het eten.
Onderzoekers ontdekten dat D+Q specifieke stamcellen in de hersenen beschadigt: de zogeheten oligodendrocyt-voorlopercellen. Dit zijn cellen die normaal gesproken de myeline-beschermlaag rondom zenuwvezels herstellen — vergelijkbaar met het isolerende materiaal rondom een elektriciteitskabel. Wordt die laag aangetast, dan werkt de zenuwgeleiding niet meer goed. Precies dat mechanisme ligt ook ten grondslag aan multiple sclerose (MS), een aandoening waarbij het immuunsysteem die myelineschede aanvalt. De schade die D+Q veroorzaakte in de muizenhersenen vertoonde opvallende gelijkenis met wat bij MS-patiënten wordt gezien.
Senolytica: het idee klopt, maar de uitvoering is kwetsbaar
Het principe achter senolytica is biologisch solide. Naarmate we ouder worden, hopen zogenoemde senaescente cellen zich op in ons lichaam. Deze cellen stoppen met delen maar weigeren ook dood te gaan, en ze scheiden stoffen uit die ontstekingen aanwakkeren en omringende gezonde cellen beschadigen. Senolytica zijn bedoeld om precies die cellen selectief op te ruimen. In proefdieren leidde dit tot indrukwekkende resultaten: betere spierfunctie, langere levensduur, minder leeftijdsgerelateerde aandoeningen.
Het probleem is selectiviteit. Een middel dat verouderde cellen doodt, kan ook andere cellen raken die toevallig dezelfde moleculaire kenmerken dragen. De oligodendrocyt-voorlopercellen in de hersenen blijken zo’n onbedoeld doelwit te zijn. Ze vertonen eigenschappen die D+Q activeert — met als gevolg dat het middel ze beschadigt in plaats van alleen de gewenste senaescente cellen op te ruimen.
Wat betekent dit voor mensen die het al gebruiken?
De studie is uitgevoerd bij muizen, niet bij mensen. Dat is een cruciale kanttekening. Muizenbreinen reageren niet altijd identiek aan menselijke hersenen, en de dosering en toedieningswijze in muisstudies wijkt vaak af van wat mensen zelf innemen. Toch is de bevinding ernstig genoeg om niet te negeren. Juist omdat D+Q al wijdverspreid wordt gebruikt — zonder medisch toezicht, buiten gecontroleerde studies — is de roep om voorzichtigheid begrijpelijk.
De onderzoekers pleiten niet voor een volledig verbod op senolytica-onderzoek, maar wel voor veel meer aandacht voor mogelijke bijwerkingen in de hersenen. De longevity-gemeenschap heeft de neiging om veelbelovende resultaten snel te omarmen en te vertalen naar persoonlijk gebruik. Deze studie is een herinnering dat de weg van muis naar mens lang is — en dat de hersenen een bijzonder kwetsbaar orgaan zijn om mee te experimenteren. De vraag die openblijft: wat gebeurt er bij langdurig gebruik bij mensen die al jaren D+Q slikken?