Hoe borstkankercellen de energiewetten tarten
Kankercellen staan bekend als energieverslinders. Maar in HER2-positieve borstkanker is de werkelijkheid verrassend anders: de tumoren produceren meer energie dan normaal, terwijl ze minder van de organellen bevatten die energie aanmaken.
Mitochondria zijn de energiecentrales van de cel. Ze zetten voedingsstoffen om in bruikbare energie via een proces dat oxidatieve fosforylering heet. In de meeste kankermodellen is dit systeem verstoord. Maar de studie, gepubliceerd in eLife, laat zien dat HER2-positieve borstkankertumoren een andere strategie volgen: ze compenseren een lagere hoeveelheid mitochondria met een hoger rendement per mitochondrium.
De onderzoekers meetten niet alleen de totale energieproductie van de tumoren, maar ook de eigenschappen van de afzonderlijke mitochondria. Ze zagen dat elk mitochondrium in de tumor harder werkt dan in normaal borstweefsel. De tumor heeft er minder, maar ze zijn efficiënter.
Waarom dit relevant is voor behandelingen
Dit heeft directe consequenties voor hoe artsen kankercellen proberen te raken. Er zijn medicijnen in ontwikkeling die de energieproductie van tumoren proberen te remmen door oxidatieve fosforylering te blokkeren. Recente klinische studies met die aanpak zijn teleurgesteld uitgevallen. Deze bevindingen bieden een verklaring: als elk mitochondrium efficiënter werkt, volstaat een aanpak die alleen het aantal remt niet.
Kankermetabolisme, de manier waarop tumorcellen energie opwekken en gebruiken, is geen uniform fenomeen. Het verschilt sterk per kankertype en per tumor. Die variatie negeren, zo suggereren de onderzoekers, verklaart mede waarom veelbelovende therapieën in de kliniek achterblijven bij de verwachtingen.
Nieuwe aanknopingspunten voor therapie
De studie pleit voor een meer gerichte aanpak: eerst begrijpen hoe de mitochondria van een specifieke tumor werken, dan pas bepalen welke strategie kans van slagen heeft. Of dat ook geldt voor andere kankertypen waarbij het HER2-eiwit een rol speelt, is nog niet onderzocht. Maar de bevinding zet een vraagteken bij de veronderstelling dat minder mitochondria automatisch betekent: minder energie.