Hoe neonatale sterfte stagneert — en waarom dat ons allemaal zou moeten bezighouden
De strijd tegen kindersterfte heeft de afgelopen decennia spectaculaire resultaten geboekt. Maar voor pasgeborenen dreigt de vooruitgang te stagneren.
Wereldwijd sterven jaarlijks nog altijd zo’n 2,3 miljoen baby’s binnen de eerste vier weken van hun leven. Dat is een daling ten opzichte van twee decennia geleden, maar de curve vlakt zichtbaar af. Volgens een analyse gepubliceerd in Science zijn we de periode van ‘laaghangend fruit’ voorbij: de interventies die het makkelijkst levens konden redden — orale rehydratietherapie, eenvoudige vaccinaties, basisverloskundige zorg — zijn grotendeels uitgerold. Wat nu resteert zijn gevallen die intensieve neonatale zorg vereisen, te vroeg geboren baby’s, ernstige infecties, aangeboren afwijkingen. Die kosten meer, vereisen meer infrastructuur, en trekken minder politieke aandacht.
De financiering droogt op
De timing is ongunstig. Internationale gezondheidsprogramma’s staan wereldwijd onder druk door bezuinigingen en politieke verschuivingen. Programma’s die zich richten op moeder- en kindzorg in lage-inkomenslanden — voorheen een relatief breed gedragen prioriteit — verliezen financiering. Terwijl de technische kennis om neonatale sterfte verder terug te dringen beschikbaar is, ontbreekt de structurele investering om die kennis te implementeren op schaal. De ironie is dat neonatale sterfte ook een longevity-probleem is: elk kind dat de eerste maand overleeft heeft in principe decennia aan potentieel gezond leven voor zich. Investeringen hier zijn investeringen in de totale hoeveelheid gezonde levensjaren in een populatie.
Tegelijkertijd is er een demografische dimensie. In landen met een hoge neonatale sterfte is de bevolkingsopbouw jonger, en is het potentieel voor economische ontwikkeling direct gekoppeld aan de gezondheid van de jongste generatie. Stagnerende neonatale overleving is niet alleen een humanitair probleem — het heeft consequenties voor arbeidsmarkten, gezondheidssystemen en sociale stabiliteit op de lange termijn. De vraag is niet of we de middelen hebben om dit aan te pakken. De vraag is of we de politieke prioriteit eraan willen geven.