Het Alzheimer-gen maakt hersencellen al jaren vóór de eerste klachten hyperactief
Mensen met het APOE4-gen hebben een sterk verhoogd risico op de ziekte van Alzheimer.
APOE4 is het bekendste genetische risicogene voor de meest voorkomende vorm van Alzheimer. Wie één kopie erft, heeft drie keer zoveel kans op de ziekte; wie twee kopieën erft, tot wel twaalf keer zoveel. Toch was lange tijd onduidelijk wat dit gen precies doet in de hersenen vóórdat de ziekte uitbreekt. Onderzoekers hebben nu in muismodellen ontdekt dat hippocampuscellen — de hersencellen die centraal staan in geheugenvorming — bij APOE4-dragers kleiner zijn én voortdurend te actief. Ze schieten als het ware continu alarm zonder dat er reden voor is, een patroon dat sterk lijkt op wat je ziet bij epilepsie.
Die hyperactiviteit is geen bijkomstigheid. Chronisch overprikkelde neuronen raken sneller uitgeput, maken meer schadelijke afvalproducten aan en versnellen de ophoping van amyloïd — het eiwit dat kenmerkend is voor Alzheimer. Het onderzoek, gepubliceerd via Lifespan.io, beschrijft ook een potentieel aangrijpingspunt: door een specifiek neuronaal eiwit te manipuleren, kon het team de hyperactiviteit grotendeels terugdringen. Welk eiwit dat precies is, wordt momenteel nog nader onderzocht in menselijk weefsel.
Een ziekte die decennia van tevoren begint
De bevinding sluit aan bij een bredere verschuiving in het Alzheimer-onderzoek. Wetenschappers zijn er steeds meer van overtuigd dat de hersenveranderingen die uiteindelijk tot dementie leiden, twintig tot dertig jaar eerder beginnen. Dat maakt vroegtijdige interventie theoretisch mogelijk — maar ook uiterst complex. Want hoe behandel je iemand voor een ziekte die hij of zij nog niet heeft, en misschien nooit zal krijgen?
Wat het onderzoek extra interessant maakt: de hyperactiviteit lijkt op versnelde veroudering van neuronen. De cellen gedragen zich ouder dan ze zijn. Dat verband tussen APOE4, neuronale veroudering en Alzheimer-risico was eerder wel gesuggereerd, maar nog niet zo direct aangetoond. Als toekomstige studies bevestigen dat dit patroon ook bij mensen opgaat, opent dat de deur naar preventieve behandelingen gericht op APOE4-dragers — een groep van tientallen miljoenen mensen wereldwijd.
Wat betekent dit voor mensen met APOE4?
Voorlopig heeft dit onderzoek geen directe gevolgen voor mensen die weten dat ze het APOE4-gen dragen. Er bestaat nog geen bewezen behandeling om de hyperactiviteit van neuronen te remmen. Maar het geeft onderzoekers een concreet mechanisme om op te sturen: niet wachten tot de schade zichtbaar is, maar ingrijpen op het moment dat de cellen nog herstelbaar zijn. Of dat raam ooit breed genoeg wordt om er een therapie door te schuiven, blijft vooralsnog open.